ouwe meuk in juni, 2009


Het origineel – dat al geen origineel is maar een covert op zich – was al leuk, maar Bertolfs verherarrangement van Beggin’ is om de vingers bij af te likken. Als u mij ergens mee kunt ontroeren dan is het wel meerstemmige zang. Niet voor niks heb ik het hele oeuvre van The Jayhawks en de Indigo Girls op de plank staan. Bertolf kan het dus ook. Gisterochtend bij Gielemans op 3FM. Ook hulde aan de drummert annex rapper. Oh ja, het kippenvel zit met name in het stukje vanaf 2:25. Tikkeltje Pete Philly, snufje Postman. Bravo. Ik had nooit veel aandacht voor Bertolf. Daar is gisteren verandering in gekomen.

Naschrift, pak ‘m beet 10 draaibeurtjes verder: Zomerser dan dit krijgt u het in 2009 niet meer. Bij deze dus uitgeroepen tot mijn Zomerplaat van 2009.

Het is zowel een zegen als een kwelling om liefhebber te zijn van Dream Theater. Muzikaal gezien smul ik van de virtuositeit van met name Portnoy en Petrucci, maar het gekweel van zangert James LaBrie kan – met name live – een verzoeking zijn. En met de release van #10, ‘Black Clouds & Silver Linings’ gedoopt, heb ik de indruk dat de rest van de band ook tot dit inzicht is gekomen. Op de normale editie is er nog niets aan de hand. Zes nummertjes, samen toch goed voor 5 kwartier progressieve metal van de bovenste plank. Nergens verrassend, nergens spectaculair, nergens vernieuwend. Maar daar zitten we dan ook niet op te wachten. Dream Theater doet haar kunstje op een geroutineerde wijze. Al 24 jaar lang. Black Clouds is hetgeen je overhoudt als je de laatste vijf albums (Octavarium, Scenes From A memory, Train of Thought, Systematic Chaos en Six Degrees Of Inner Turbulence) in een blender mikt en vervolgens net iets te lang op de knop drukt. Iets te fijn gepureerd zeg maar. Geen rauwe randjes, geen valkuilen, geen “trompes l’oeuil” (of “trompes l’oreille”, zo u wilt). Van begin tot eind is het één grote herhaling van zetten. Maar zelden was dat zo onbelangrijk als nu. Van sommige artiesten weet je dat je bij een nieuwe release getrakteerd wordt op nieuwe smaakjes, frisse ideeën, spannende wendingen. Maar er zijn ook bands waarvan je hoopt dat het altijd bij het oude blijft. Dream Theater is zo’n band. Misschien de ene keer ietsjes harder (Train of Thought), de andere keer weer iets symfonischer (Six Degrees) dan gemiddeld. Maar door de bank genomen haalt het het niveau waar je van tevoren op hoopt. Waar dus weinig op aan te merken valt. En dus is Black Clouds, ondanks al zijn voorspelbaarheid, hard op weg naar een prettige positie in de top van mijn jaarlijst 2009.

Als u – net als ik – de driedisc uitvoering op de kop heeft getikt dan is met het puntje van kritiek (de zang dus) ook meteen korte metten gemaakt. Schijfje drie bevat namelijk – hoe geniaal – de volledige instrumentale uitvoering van het album. LaBrie mocht een dagje de stad in. Zakgeld mee en hopla, opzouten. Het is mijn favoriete schijfje van de drie. Helaas moest Petrucci vermoedelijk ook af en toe de stad in om te kijken hoe het James verging, want ik mis een aantal prachtige soli. Leuk voor de amateurgitarist die zich hetzelfde niveau toedicht als P., maar ik ga me er niet aan wagen.

Er is overigens ook nog een extrafijne luxe editie, met vinyl en dvd en muismat en zo. Wat wél leuk is, is dat die versie ook de ‘isolated’ tracks van de afzonderlijke instrumenten bevat. In het kader van zelf knutselen en zo. Ik heb ooit een poging gedaan om Marillions ‘Anoraknophobia’ op dezelfde wijze te herverbouwen maar dat experiment was niet echt een succes. Anyway, dat soort meuk past doorgaans niet in mijn Ikea-möbel dus deze uitvoering heb ik maar links laten liggen.

PS: die gitaarsolo in The Best Of Times, vanaf 9:58. Zó weggelopen van Six Degrees, maar wat boeit ‘t. Wonderschoon, bijkans cheesy. Zou zelfs in een Borsato-ballad niet hebben misklonken.

744 | Leeftijdsgenoten

13 juni 2009 | roel | muziek

Ik ben 40, Pinkpop ook. Pinkpop was – zoals altijd – in Landgraaf. Ik niet. Althans, het afgelopen Pinkpopweekend niet. Door een of andere wazige samenloop van omstandigheden was ik er niet bij. Terwijl ik – uitgerekend ik – natuurlijk met mijn bevallige neus vooraan de barriers had moeten staan toen Suggs en de zijnen het podum beklommen. Madness. Focking M.A.D.N.E.S.S.! Ik was 12, misschien 13. Brugklas van het Titus Brandsmalyceum. Ik zat soms naast Nicole. Kleinste meid van de klas, maar met een grootse muzieksmaak. Zeker voor een brugklasser. Beach Boys, The Jam. En Madness. Wij waren gek van Madness. Hele Rijam-agenda’s werden volgekalkt met de zwartwitgeblokte banners. En met het prachtige logo. Wij kregen er niet genoeg van. Er moet ergens nog een lokaal zijn waar (wellicht achter vele nieuwe lagen stuc- of verfwerk) een Madnesslogo in de muur is gekrast. Uit het zicht en achter het schoolbord, dat dan weer wel. Want heel erg stoer waren we niet in die tijd. Vandaag de dag ook niet meer, trouwens… Anders had ik wel vooraan gesta.. enfin, you get the point.

(c) 2008 StationTenderness