ouwe meuk in de categorie memorylane

417 | Memory Lane (8)

13 maart 2004 | roel | memorylane

Wanneer een vriend of bekende door mijn 3 Bertby cd-kastjes (Ikea) grasduint op zoek naar nieuw spul of onontdekt materiaal, dan weet ik precies waar zijn wijsvinger zich bevindt als er een besmuikt lachje klinkt. Soms zelfs een bulderlach, afhankelijk van de muzikale onderlegdheid van de grasduiner in kwestie. ‘Zijn’ wijsvinger ? Yep. U kent De Barbecue Wetmatigheid ? Vrouwen mijden de bbq als ware hij door vogelpest besmet. Een aantoonbare oorzaak ontbreekt overigens. Zo ook bij het cd-collectie-bladeren. Ik heb het in ieder geval bij ons thuis nog nooit een vrouw zien doen. Maar dit geheel terzijde. De letter W, daar is de wijsvinger aanbelandt. Bij Wham! om precies te zijn. Dat uitroepteken hoort bij de bandnaam, ik probeer daarmee niet een eventueel enthousiasme te duiden. The Final.

1986. Oss. Najaar. Zaterdagavond. Ik fiets vanuit Heesch naar Oss. Dansles. Sad but true, zong Metallica daar later heel toepasselijk over. De dansschoenen al aan. Een wonder dat we overhaupt die Bronzen Ster (de danswereld is sterk in het bedenken van bijzonder ranzige benamingen voor haar onderscheidingen) aan het eind van de beginnerscursus in de wacht sleepten. Die gladde zolen maakten het stoppen voor lichten, overwegen, ja zelfs het gewoon rondtrappen van de pedalen tot een levensgevaarlijk karwei. ‘We’ zijn Arjan en ik. Jeugdvriend en tevens partner in sadness. Want treurig was het wel, die dansles. Ik heb er in de 18 jaar die tot nu toe daarop volgden zegge en schrijve 1 x iets aan gehad. Toegegeven, het recht-toe-recht-aan quicksteppen met de bruid (die het sadistische genoegen had om mij na haar vader uit te kiezen in de befaamde sneeuwballendans, waarvoor dank Yvette 🙂 ging me dankzij die midjarentachtigtraining aardig af. M’n kennis van het bochtenwerk was helemaal weg, overigens. Ik maakte maar een ovaaltje, want dat gedraai en gezwier daar had ik weinig fiducie in. Maar terug naar die dansles: in de regel was het niet de meest verheffende besteding van de zaterdagavond. De muziek waarop gedanst plachtte te worden was ook niet direct mijn muziek. Als ik Kool and the Gang roep en u bent een beetje bekend met mijn muzikale smaak, dan weet u genoeg. Ook was het altijd weer een crime om een fijne danspartner te kiezen uit de line-up aan het begin van de les.

Dat ik tegenwoordig toch met veel respect en ontzag terugdenk aan die lessen komt door 2 dingen. Het eerste is dat die bewuste danspartner die ik uit die line-up moest kiezen na verloop van tijd steeds dezelfde was. Nu, 18 jaar later, zijn we bijna 4 jaar getrouwd en hebben 2 kinderen. Hoe romantisch wilt u het hebben… Ten tweede was daar Wham! Met I’m your man. Mijn danspartner (ten tijde van I’m your man kon ik niet bevroeden dat zij mijn toekomstige vrouw zou zijn) was wild van Wham! en als tienermannetje ben jij dan ook wild van wat zij wild vindt. Rare was echter dat ik I’m your man écht een prachtnummer vond. D’r zat een tempo in, goeienherder, daar lustten wij wel pap van. De quickstep was nooit meer dezelfde na dat nummer. Turbo erop en hopla. De dansstudio was voorzien van de zogenaamde ‘Extended Stimulation’ van dit nummer. Fantastisch. Extralang, met een soort van rapje erin. En een vette synthesizerbassolo. Ik keek de hele week uit naar de extended stimulation. En naar mijn partner natuurlijk. Is er iemand die die remix nog ergens heeft ? Op The Final staat namelijk alleen de gewone versie. En dat maakt onderhavige plaat eigenlijk al bij voorbaat kansloos. Vandaar dat ie dus ook gewoon altijd ongedraaid in mijn rechter Bertby-kastje staat. En dat iedereen die dus door dat kastje bladert er met zijn wijsvinger bij blijft hangen. Het lachen neem ik voor lief. In gedachten quickstep ik met mijn aanstaande vrouw, de meest fantastische draaien makend in de bochten…

366 | Memory Lane (7)

5 december 2003 | roel | memorylane

Het moet ergens begin jaren tachtig zijn geweest. Ergens in de zomer; kermistijd. De Misse werd ontruimd en daar waar nu een nieuw gemeenschapshuis verrijst (en eerder al een gedrocht van een gemeentehuis) kwamen noeste rokende kermismannen-met-tatoeages-en-zwarte-handen hun attracties bouwen. Nu was Heesch niet gezegend met een kermis van formaat, toch was het elk jaar weer een verrassing wat er zou komen te staan. Mijn favoriet was de Hully Gully, de draaiende schijf met bankjes die via een hydraulische arm langzaam aan een kant omhoog werd getild. De fascinatie ging zó ver dat ik ‘m eens heb nagebouwd van karton, compleet met luidsprekers en prachtige verlichting.

Een Polypje, het lunapark en de botsauto’s waren altijd wel terug te vinden. Als er eens een reuzenrad verscheen was het helemaal feest. Heesch-de-gekste, zal ik maar zeggen. Tenminste: voor mijn vriendjes. Ik had persoonlijk dus veel meer met de Hully Gully. Een wondermasjien. Imposant hellend, niet zo snel draaiend dat je er kotsberoerd uit kwam (zoals ik eens kotsberoerd met mijn zus uit de Polyp rolde omdat de man achter de knoppen het -hophophop jaja daaaaar gaaaaat ie weer- zo nodig vond om het kreng een kwartiertje te laten draaien -in alle richtingen- omdat er toch geen reet te doen was op de kermis), elegant zoevend, met de muziek net hard genoeg en met een beschaafde hop-hop-hop-en-nou-vasthouden-ja-ja-ja roepende meneer in het hokje. Kortom: een wereldapparaat.

Je ziet ze nergens meer, of dat komt misschien omdat ik eigenlijk nooit meer op een kermis kom. Tegenwoordig moet het minstens 50 x over de kop, kom daar bij de Hully Gully maar eens om. Ik vermoed dat de HG zijn laatste rondjes draait op kleine-kinder-kermisjes. 1 plaat is voor mij onlosmakelijk met de Hully Gully verbonden. Funky Town van Lips Inc. Stoer hangend op de railing langs de omloop van de attractie, liefst op het hoogste punt, en dan genieten van het zoevende gevaarte. Want het zakgeldniveau van die tijd noopte het om van tijd tot tijd met beide benen op de grond te blijven. Als troost was er dan altijd Funky Town. Het was de favoriet van de Hully Gully-meneer. En dus van mij. De koeiebellen, catchy synthesizer-riffje, vocoder-zang in het couplet, het funky refreingitaartje. Hell yeah. ‘Gotta move on’ ? Niks ervan. 4 dagen was de Hully Gully mijn Gully.

249 | Memory lane (6)

27 februari 2003 | roel | memorylane

Het is september 2000. Gekoeld door de airco rijden we ergens in de woestijn tussen Palm Springs en Scottsdale. Op weg van Californië naar Arizona via de Interstate 10. Een snelweg waar trucks je inhalen terwijl je zelf 110 kilometer per uur rijdt. Waar het asfalt een bibberende streep trekt door het gortdroge landschap. Waar je zo nu en dan wordt verzocht geen lifters op te pikken, omdat een eindje verderop een gevangenis is gebouwd in de zinderende hitte. De termometer in de auto geeft 48 graden celsius aan. Links en rechts draaien trage stoftornado’s hun rondjes. De interstate lijkt vlak voor onze huurauto al vloeibaar te worden. Michal slaapt, ik luister naar Racoon. Blue Days. De mooiste plaat voor dit moment. Niet 1 x, niet 2 x maar een heel uur lang. Tot in de verte de contouren van Phoenix opdoemen laat ik me voorstuwen door dit prachtige muziekje.

“Day by day it hits in.
Thanks for all you did in the blue days”

242 | Memory lane (5)

13 februari 2003 | roel | memorylane

Het is 1994. Een niet meer te achterhalen doordeweeksedag in een niet meer te achterhalen maand ergens in een kamer in een studentenhuis in ‘s-Hertogenbosch. In de cd-speler ligt een fonkelnieuw plaatje. De lampen gaan uit. Wanneer de ogen wennen aan het donker beginnen aan het plafond voorzichtig tientallen sterren te stralen. Mijn oma had vroeger een mariabeeldje dat ook licht gaf in het donker. Van datzelfde lichtgroene spul zijn die sterren gemaakt. De kamer vult zich met kabbelend water en het geluid van een misthoorn zwelt aan.

Het begin van een drie kwartier durende luisterervaring die zijn weerga tot nu toe nooit meer heeft gekend. In het pikkedonker laten we ons wegzinken in ‘Brave’ van Marillion. Ik lig languit op de grond, Marcel en Esther liggen elk muisstil op een bank. Na afloop is het stil. Geen woord gezegd, slechts slikken van kelen. Een dag later pas zag ik dat Steve Hogarth in het boekje schreef ‘Play it loud with the lights off’. Nog altijd denk ik bij het horen van de eerste klanken van dit magistrale album aan die avond. En dan wordt het weer stil.

“I know I’m always falling off the edge of the world……..
I got space in my bed
(“Off with his head!”………”.Clearly, he’s mad”)
You’ve got Egypt in your head
I’ve got a headful of Troy
Chandeliers and Charlemagne
Fireworks and toys”

237 | Memory lane (4)

6 februari 2003 | roel | memorylane

Het begin van de zomer van 1987 1988 stond in het teken van Werchter. Ons 2e 3e festivaljaar, en na 2 3 Pinkpops werd dit het 1e buitenlandse spektakel. Samen met Ernst ingescheept in een bus, in het holst van de nacht ergens in de buurt van het station van Nijmegen. Via een dwaaltocht over Utrecht (!) uiteindelijk in het Belgische beland. En dat eigenlijk maar voor 1 band: INXS. De week ervoor waren we druk in de weer geweest met kwasten en een enorm laken om een spandoek te maken. Het logo van de lp ‘Kick’ werd enorm uitvergroot en sierde het doek op imposante wijze. Gewapend met potlood, lineaal en gum werd het ontwerp nauwgezet opgemeten met als enige referentie de hoes van de plaat. Internet was er immers niet; tegenwoordig hadden we dat een stuk digitaler aangepakt. Of het mijn exemplaar was of dat van Ernst weet ik niet meer, maar ik meende laatst toen ik de lp weer tegenkwam (wat me overigens inspireerde tot dit deeltje 4 van ‘memory lane’) de afdrukken van het overtrek-potlood in de hoes te kunnen bespeuren…

Op het moment supreme raffelde de band ietwat plichtmatig een korte set af en vertrok zelfs zonder toegift. Hoe het nu precies kwam weet ik niet meer, maar het spandoek heeft nooit het daglicht mogen zien. Waarschijnlijk was het te druk om ons heen, of waren we gewoon met een te kleine bezetting voor een dergelijk groot doek. Het paste achteraf gezien eigenlijk ook niet op dat moment. De teleurstelling om het ongeïnspireerde optreden rechtvaardigde geen blijk van enthousiasme in de vorm van een dergelijk kolossale loftuiting.

Tijdens de terugreis die een ware martelgang bleek heb ik nog wel even in de rugzak gekeken waar het dundoek in zat. Dat is ook meteen het laatste dat ik er ooit van gezien heb. Of het überhaupt het daglicht nog eens heeft gezien weet ik niet. Ik vermoed dat het geëindigd is als afdeklaken bij schilderactiviteiten of zo. Toch eens navragen bij Ernst. Jammer dat we er geen foto van hebben gemaakt.

(c) 2008 StationTenderness